Uitleg
Eigen risico uitgelegd
Laatst bijgewerkt 2026-06-08 · ± 7 min lezen
Het eigen risico is een van de meest verwarrende onderdelen van de zorgverzekering. Toch is het idee simpel: het is het bedrag dat je per jaar eerst zelf betaalt voordat de basisverzekering veel zorg vergoedt. Er zijn twee soorten: een verplicht deel dat iedereen van 18 jaar of ouder heeft, en een vrijwillig deel dat je zelf kunt kiezen in ruil voor premiekorting.
Het verplicht eigen risico
Elke volwassene heeft een wettelijk verplicht eigen risico op de basisverzekering. In 2026 bedraagt dit € 385 per jaar — net als de jaren daarvoor. Belangrijk: dit bedrag wordt door de overheid vastgesteld en kan per jaar veranderen — controleer dus altijd het bedrag voor het lopende jaar. Het verplicht eigen risico is bij alle verzekeraars hetzelfde; daar kun je niet onder of boven kiezen.
Niet alle zorg telt mee voor het eigen risico. Buiten het eigen risico vallen onder meer:
- De huisarts (consulten)
- Verloskundige zorg en kraamzorg
- Zorg voor kinderen onder de 18 jaar
- Zorg uit een aanvullende verzekering (die kent geen eigen risico)
Wél onder het eigen risico vallen bijvoorbeeld medicijnen, ziekenhuiszorg, bloedonderzoek en de meeste specialistische zorg. Een huisartsbezoek is gratis, maar laat de huisarts bloed prikken, dan telt dat lab-onderzoek wél mee.
Het vrijwillig eigen risico
Naast het verplichte deel mag je je eigen risico vrijwillig verhogen, in stappen tot maximaal € 500 extra. Het totale eigen risico kan daarmee oplopen tot € 885 (bij een verplicht deel van € 385). In ruil voor dat extra risico krijg je premiekorting: hoe hoger het vrijwillig eigen risico, hoe lager je maandpremie.
De kern van de afweging: je ruilt een zekere premiekorting in tegen een onzekere extra kostenpost als je toch veel zorg nodig hebt.
Rekenvoorbeelden
De getallen hieronder zijn illustratief om de redenering te tonen — de werkelijke korting verschilt per verzekeraar en jaar.
Voorbeeld 1 — gezond jaar, hoog vrijwillig eigen risico
Stel: je verhoogt je vrijwillig eigen risico met € 500 en krijgt daarvoor € 16 per maand korting, oftewel € 192 over het jaar. Heb je dat jaar geen zorg nodig die onder het eigen risico valt, dan houd je € 192 over. Dit is het scenario waar verhogen loont.
Voorbeeld 2 — onverwachte zorg
Zelfde korting van € 192, maar je belandt in het ziekenhuis. Je betaalt nu eerst het verplichte deel (€ 385) én het vrijwillige deel (€ 500) zelf: samen € 885. Tegenover de korting van € 192 staat dus € 500 extra kosten die je zonder verhoging niet had gehad. Netto ben je € 308 slechter uit dan met een standaard eigen risico.
Voorbeeld 3 — chronische zorg
Gebruik je structureel zorg, dan maak je het eigen risico bijna zeker elk jaar vol. Verhogen levert dan vrijwel altijd verlies op: je betaalt de € 500 extra gegarandeerd, terwijl de korting lager is. In dit profiel houd je het eigen risico beter standaard.
Wanneer verhogen — en wanneer niet
Verhogen kan verstandig zijn als:
- Je zelden zorg gebruikt en gezond bent;
- Je een buffer hebt om een tegenvaller van enkele honderden euro op te vangen;
- De jaarlijkse korting in verhouding ruim is.
Verhogen is meestal géén goed idee als:
- Je een chronische aandoening of vaste medicatie hebt;
- Je een ingreep of behandeling verwacht;
- Een onverwachte rekening van honderden euro je financieel in de knel zou brengen.
Spreiden en betalingsregelingen
Veel verzekeraars bieden de mogelijkheid om het eigen risico gespreid te betalen, soms al vooraf in maandelijkse termijnen. Vind je een onverwachte rekening lastig, dan is dat het bekijken waard — los het eigen risico zelf verlaagt het niet, maar het maakt de kosten beter behapbaar.
Onthoud dit
Het eigen risico verlaag je niet door van verzekeraar te wisselen — het verplichte deel is overal gelijk. De enige knop die je zelf in handen hebt is het vrijwillige deel, en die zet je alleen omhoog als je weinig zorg verwacht én een tegenvaller kunt dragen. Dit is algemene uitleg, geen persoonlijk financieel advies.